Skip to content

Weet u wel wie ik ben?

Tinus Tomeloos had een hit.
En dat op zijn twee-en-zestigste verjaardag.  Zijn Avondlicht in het duister stond nu met stip op de dertigste plaats van de Nederlandse hitparade en er was niemand die wist waar het sprookje zou eindigen. Drie maanden eerder was hij ontdekt op het  karaoke feest van Tante Jannie toen hij ‘T Rode Licht’ van Andre Hazes ten gehore gaf. Een van de toehoorders daar bleek de juiste contacten te hebben in de muziekindustrie en toen was het snel gegaan.
Tinus moest nog wennen aan zijn veranderde levensstijl, maar het beviel hem eigenlijk prima. Zijn baantje op het belastingkantoor had hij opgegeven, want hij had het nu veel te druk met het rondlopen in de laatste herenmode op cocktail parties vol BN-ers en het uitdelen van handtekeningen aan opgewonden tienermeisjes op straat.

Hij had altijd wel geweten dat er een echte artiest in hem school. Het was er alleen nog nooit uitgekomen, maar echt talent verloochent zich niet, en dus genoot Tinus met volle teugen van zijn nieuwe leven. Wat was het fijn dat zijn ware talenten nu eindelijk op waarde werden geschat.

Het enige waar hij een hekel aan had waren die zogenaamde good-will concerten die hij moest geven. Daar viel geen droog brood mee te verdienen, maar Jack Schoonbroeck, zijn huidige manager, had gezegd dat hij zeker eens in de twee weken zo’n zogenaamd good-will concert moest geven. Nou ja, het moest maar. En toegegeven, het was geweldig om in de schijnwerpers te staan en te zien hoe geliefd hij wel niet was.

Vandaag stond er weer zo’n concert op het programma. Dit keer in huize ‘De laatste etappe,’ een verzorgingshuis voor oudjes. Waarom Jack hem in vredesnaam naar een bejaardentehuis stuurde was hem een raadsel, maar goed… Jack was een rot in het vak en had gezegd dat er foto’s gemaakt zouden worden als hij zich vriendelijk voorover boog om de oude dametjes een hart onder de riem te steken.

Zijn costume-designer was natuurlijk goed op de hoogte van de laatste nieuwtjes op het gebied van de herenmode en had Tinus voor de gelegenheid in een prachtig zachtblauw pak van Tommy Hilfiger gehesen met een bijbehorend breton striped overhemd en een stijlvolle donkerblauwe das met witte balletjes.

Tinus keek tevreden naar zichzelf in de spiegel en streek met zijn hand een paar opstandige haartjes glad die de verkeerde kant uitstaken. Hij was klaar voor de oudjes en hij zou ze eens laten horen wat een prachtige stem hij had.

 

Helaas liep het allemaal wat anders dan Tinus verwacht had, want toen ze bij de Laatste Etappe aankwamen en Jack naar binnen was gegaan om te vragen waar het optreden plaats zou vinden, bleek dat er iets verkeerd was gegaan in de planning. Ze verwachtten Tinus pas volgende week en in plaats van in de recreatiekamer zaten alle oude van dagen verspreid door het gebouw of wandelden ze vermoeid door de tuin van het centrum, leunend op hun krakende rollators.

Tinus vloekte hoorbaar en was door dolle heen. “Wat denken ze wel. Ik kan mijn tijd wel wat beter gebruiken dan rond te hangen in een bejaardentehuis dat geleid wordt door een stelletje slaapkoppen die hier zelf een kamer zouden moeten betrekken.”
“Kalm Tinus,” fluisterde Jack nog. “Straks maakt de fotograaf nog een foto van je.”
Dat was waar. Tinus realiseerde zich dat hij op zijn tellen moest passen en kreeg een idee.
“Jack,” zei hij terwijl hij zijn vinger opstak, “mijn moeder zaliger zei altijd dat als het leven je een citroen geeft, je moet leren hoe je limonade kan maken.”
“O?” zei Jack. “Wat bedoel je precies?”

“Dat ik limonade ga maken,” antwoordde Tinus plechtig. “Vertel maar tegen de fotograaf dat ik naar binnen ga en mij onder de bejaarden ga begeven om ze aan te moedigen. Tenslotte zullen ze niet elke dag oog in oog komen te staan met Tinus Tomeloos.”
Jack Schoonbroeck vond het maar niets, maar nog voordat hij wat kon zeggen was Tinus al vertrokken en stapte hij door de glanzende schuifdeur het centrum binnen, op de voet gevolgd door de fotograaf.

Toen Tinus de gang in liep zag hij een oud dametje met een breiwerkje op haar schoot dat naar de televisie keek. Een muziekprogramma zowaar.
“Kom,” zei Jack tegen de fotograaf, “Ik ga eens een praatje maken met dat dametje. Hou je mooie Canon maar klaar.”
“Goedendag, mevrouw,” zei Tinus terwijl hij voor het dametje neerknielde.
Het vrouwtje keek geïrriteerd op. “U zit voor mijn beeld, mijnheer. Zo kan ik niets zien.”

“Huh? Eh… pardon.” Tinus schoof wat opzij en probeerde het nog een keer. “Houdt u van muziek, mevrouw?”
Het dametje trok haar schouders omhoog. “Waarom wilt u dat weten?”

Tinus fronste zijn wenkbrauwen. Dit was moeilijker dan hij had verwacht. Hij legde zijn hand op het breiwerkje van de dame en keek haar doordringend aan en zei toen: “Weet u wie ik ben, mevrouw?”

Het vrouwtje staarde langdurig in de bruine ogen van Tinus Tomeloos en schudde uiteindelijk haar hoofd. “Nee, mijnheer, dat weet ik niet, maar als u naar de balie gaat is daar vast wel iemand die het u kan vertellen.”

Tinus schoot als door een adder gebeten overeind en door de onverwachte beweging scheurde zijn mooie broek van Tommy Hilfiger bij het kruis. Tinus keek verdwaasd naar het dametje en zei toen een paar woorden die niet in een bejaardentehuis thuis horen.
Toen hoorde hij het enthousiaste geklik van de Canon.
“Wordt een mooie shoot, mijnheer Tomeloos,” zei de fotograaf met een grote grijns. “Een hele mooie shoot, al zeg ik het zelf.”